Insurrectionalisme en de ‘Landstreicher Paradox’

Het volgende artikel gaat over de tekst “Tegen de logica van onderwerping – Wolfi Landstreicher“, gepubliceerd op Olie op het Vuur. Het zet wat kritische noten bij de houding van deze in insurrectionistische kringen veel gelezen schrijver. Het is aan te raden de tekst te lezen om de onderstaande artikel goed te kunnen begrijpen en om naast de punten waarin in het onderstaande artikel kritiek geuit wordt ook de mooie stukjes in te tekst te vinden.

Insurrectionalisme
Zou je mij vragen “Ben jij insurrectionalist?”, dan moest ik na enig aarzelen bevestigend antwoorden. Die Opstand moet er komen; liever gisteren dan vandaag; individuele daden die eraan bijdragen hoeven niet collectief gesteund te worden om mooi te zijn; vernietiging is soms schitterend; beter passie dan plichtsbesef; de ratio wordt bij politieke kwesties – ook door radicalen – steeds overschat. Alle kooien moeten open en alle bajessen dicht, of beter nog: afgefikt. Het persoonlijke is politiek, en het verzet moet dan ook niet alleen tegen bazen en politici gericht zijn maar ook in het dagelijks leven plaatsvinden. We moeten niet vertrouwen op sociaaldemocratische partijen en niet werken aan de opbouw een revolutionaire ‘partij’ waaraan we onze eigen macht overdragen. Macht kaputt wass euch kaputt macht en gebruik steeds zowel je hart als je vuist. Maar waarom dan toch die twijfel bij de titel insurrectionalist?
Dat komt onder andere door teksten als ‘Tegen de logica van onderwerping’ van Wolfi Landstreicher. Landstreicher verwoordt overigens uitstekend wat er mooi en aantrekkelijk is aan het idee onmiddellijk en met overgave in verzet te komen. Het stuk zit vol aansprekende oneliners en leuke inzichten. Vooral zijn kritiek op de ratio, en daarmee samenhangend het pleidooi voor passie in zowel haat als liefde zijn prachtig. Lees zijn tekst, je kan er inspiratie uithalen en je er boos om maken, vaak nog binnen één alinea! Maar het is niet mijn bedoeling ‘Wolfi’ te vleien, en ik durf te betwijfelen of hij dat wel willen zou. Het is Landstreicher’s uitdrukkelijke plan om in een vlammenzee te belanden. Laten we Wolfi dan eren door hem af te branden.
Er staan dus juweeltjes in zijn stuk, maar ook veel onleesbaars, en bovendien ronduit verwerpelijke shit. Om te beginnen met het vergeeflijker punt, de onleesbaarheid. Waarom moeten insurrectionalistische teksten toch zo vaak onnavolgbaar zijn? Wil je weten wat een “insurrectionaire anarchistische projectualiteit” is? Leest Landstreicher! Hou je van zinnen als “Deze manipulaties – ingebed in de sociale structuur niet omdat overheersing overal en nergens is, maar omdat de instituties van overheersing regels, wetten, mores en gebruiken creëren die deze manipulaties opleggen – scheppen een logica van onderwerping, een vaak onbewuste neiging om overgave en volgzaamheid in je alledaagse verhoudingen in de wereld te rechtvaardigen.”? Leest Landstreicher!
Dat hebben veel insurrectionalisten gemeen met Franse postmoderne filosofen: ze zeggen anti-elitair te zijn – ‘Geen intellectualisme, noch domheid’ zegt Landstreicher bijvoorbeeld – maar formuleren bij voorkeur zo onleesbaar dat slechts weinigen er doorheen komen. De taal lijkt hier een middel om mensen buiten te houden, niet om te overtuigen. En mensen buitensluiten is niet alleen een makke van de vorm waarin de tekst komt, maar meer nog van de inhoud. Zijn oproep aan het individu om in actie te komen, laat uiteindelijk te weinig ruimte voor datzelfde individu, ik probeer dat hieronder uit te leggen. Ik denk dat mijn kritiek op deze tekst in wisselende mate ook gebruikt kan worden als kritiek op andere teksten uit insurrectionalistische hoek, en hoop dat ze daarmee enige algemene geldigheid heeft.

Sociaal of opstandig: een dilemma?
Landstreicher plaatst de focus op het individu en haar vrijheid, en bekritiseert de – bijvoorbeeld communistische – neiging om in opstand komen uit te stellen tot ‘de tijd rijp is’ in een denkbeeldige toekomst. Om een partijapparaat op te bouwen als voorwaarde om in actie te komen. Die neiging is naar zijn idee ook in anarchistische kringen veel te veel doorgedrongen. Wat hij te prijzen vindt is nu juist “de anarchistische erkenning van de primaire plaats van het echte, levende individu (in tegenstelling tot het gecollectiviseerde tandwieltje in het raderwerk en het abstracte concept van het individu) […], een wezen dat op onze eigen voorwaarden kan handelen om onze eigen verlangens en dromen te verwerkelijken.” Dat is mooi, maar er zijn een aantal dingen op aan te merken. Er zit volgens mij een cirkelredenering in de oproep steeds maar “gewoon jezelf te zijn” – om een oude VVD slogan aan te halen. Een slogan die Landstreicher blijkbaar met overgave aanhangt. Wie is die ‘ik’ dan, die ik blijkbaar moet zijn? Nu ja, het zal mijn vervreemding wel zijn, dat ik geen voet aan de grond voel bij het beantwoorden van die vraag? Maar het laat wel een bepaalde leegte. De oproep jezelf te zijn geeft geen inzicht in het soort toekomst dat je wilt opbouwen.
Een leegte die hij niet opvult door een sociale visie, integendeel. Een middenpositie aanhangen is altijd een beetje onbevredigend, maar ik zie in de oude tegenstelling tussen individualistisch en sociaal anarchisme geen andere mogelijkheid. Je kan je een extreme karikatuur van sociaal anarchisme voorstellen die pas in actie komt wanneer zo ongeveer iedereen er ‘klaar’ voor is. Dat komt nogal dichtbij een sociaal-christelijke gedachte en het ontneemt het individu inderdaad elke handelingsbekwaamheid. Maar het andere uiterste is een puur egoïstisch anarchisme dat geen enkele poging doet om iemand mee te krijgen, geen enkele acht slaat op de belangen van anderen, inclusief de ‘zwakkeren’ en neerkijkt op iedereen die niet exact in het eigen straatje past. Zo’n anarchist is Landstreicher.
Hij geeft zelfs blijk van een uitgesproken afkeer van alles wat zwakker is, en komt daarmee dicht in de buurt van Nietzsche, die hij ook citeert en wiens geest de hele tekst eigenlijk ademt. Ik wil overigens niet de oude cliché opvoeren dat die laatste een nazi avant la lettre was. Dat lijkt me onzin, bijvoorbeeld omdat Nietzsche nu juist een tyfushekel had aan meelopen, bevelsstructuren of wetgeving. Zelfs het idee van natuurwetten vond hij afstotelijk. Als zijn pet daarnaar stond. Maar antisociaal was hij wel, en dat is Landstreicher ook: “Een van de meest in het oog springende obstakels waar we nu oog in oog mee staan is medelijden voor zwakte en neurose. […] Als onze doelen waarlijk bevrijding en de vernietiging van de logica van onderwerping in alle gebieden van het leven zijn, dan kunnen we hier niet aan toegeven.” Voor de duidelijkheid: de ‘obstakels’ in dit citaat zijn geen bazen of politici, maar mogelijke kameraden die echter niet door Wolfi’s beugel kunnen.

Een oorlog tegen alles en iedereen?
Het idee dat we geen medelijden mogen hebben met anderen komt steeds weer terug. Bovendien zijn diegenen waarmee we geen medelijden mogen hebben, welgeteld volgens mij alle mensen die niet in onze eigen club zitten. Dat spreekt uit twee elementen die steeds weer herhaald worden. Ten eerste het idee dat de opstand niet alleen veel, maar blijkbaar alle instituties van onze samenleving moet vernietigen “de revolutionaire vernietiging van deze werkelijkheid waarin we leven” en ten tweede de echt walgelijk zelfingenomen, hijgerige neiging van ‘Wolfi’ tot een heldenverering van … zichzelf? : “het inzicht dat we een bepaald soort wezen moeten worden […] terwijl we de meest geduchte en machtige vijand in de ogen kijken: deze gehele beschaving – de staat, kapitaal, het technologisch systeem…Leven als een rebel, als een zelfgekozen anarchistisch revolutionair, vraagt een hoop wilskracht, vastberadenheid en geest […]. Daarom is een essentieel aspect van het ontwikkelen van een opstandige praktijk de transformatie van jezelf in zo een geestesvol, wilsvol wezen.”
Hij benadrukt steeds weer hoe onmenselijk het offer is dat hij maakt, en dat wij ook moeten maken, willen we niet bij de te vernietigen sociale orde horen. “Ja, ik weet het, het kan bijna niet van een mens gevraagd worden, maar ik doe dat, ik doe dat met volle overtuiging en zonder angst. Bovendien, als jij het niet ook doet, zonder reserves of bedenkingen en zonder angst, dan hoor je niet bij ons maar bij hen.” Van wie kennen we die redenering ook weer? Bovendien mag er dus voor een tegenstander – en ook de tegenstander in jezelf – geen enkele mededogen gekoesterd worden: “Zo een transformatie vindt niet plaats middels therapie, maar door het aanvallen van de sociale orde, zowel in haar verschijningen in de wereld, als in jezelf en je verhoudingen. Een onvermurwbare meedogenloosheid zou wel eens essentieel kunnen zijn voor deze taak”. In zijn nadruk op het ‘geestesvolle’, ‘wilsvolle’, verheven, manische en meedogenloze heeft hij veel weg van zestiende eeuwse protestante opstandelingen zoals Thomas Müntzer. Over Müntzer valt veel moois te vertellen – zoals zijn slogan ‘Omnia Sunt Communia!’ (Alles is van iedereen) – maar hij vond ook dat iedereen die niet verkozen was en door de heilige geest bezeten, een kopje kleiner gemaakt moest worden.
We kunnen dit de ‘Landstreicher Paradox’ noemen, een paradox die hij tot het uiterste drijft maar die velen ‘als anarchist’ in minder groteske en arrogante vorm als reëel dilemma wel zullen herkennen. Landstreicher is zo een groot liefhebber van de ongelimiteerde vrijheid van het individu, dat hij alles wat die vrijheid in de weg staat met wortel en tak uit wil roeien. Het enige dat er voor alle anderen dan nog op zit is zich aansluiten bij dit pleidooi of tot vijand verklaard worden, wat van die vrijheid nogal een fictie maakt. Tijdens het lezen van de tekst kan je jezelf achter de oren krabben “Sta ik aan de goede kant van de lijn, of wordt het oppassen?”
Er zit een duidelijke overeenkomst in datgene wat ik Landstreicher hier kwalijk neem, en wat men vaak voor de voeten geworpen krijgt wanneer men zegt anarchist te zijn. Het verwijt is dan dat het verwerpen van de wet antidemocratisch is, en arrogant. Antidemocratisch is het natuurlijk niet (per se) als je de vertegenwoordigende ‘democratie’ verwerp. Als je geïnteresseerd bent in ‘democratie’ als zelfbestuur ligt het verwerpen ervan juist voor de hand. En is het arrogant om te zeggen dat je fundamentele problemen hebt met de instituten en de cultuur van de samenleving waarin je leeft en dat je ervoor strijdt die samenleving te veranderen? Als dat arrogant is dan is elk revolutionair idee dat. Maar om te zeggen dat die samenleving uitsluitend rotzooi heeft voortgebracht – behalve natuurlijk jouw fraaie, dappere zelf – daarvoor lijkt me ‘arrogant’ nog lang niet de lading dekken.

De Pol Pot van de vrijheid
Wat Pol Pot was voor de gelijkheid, wil Landstreicher zijn voor de vrijheid. Pol Pot zei “In Cambodja bezit iedereen gelijkelijk niets”. En meende dat ook, onder Broeder Nummer 1 geen Animal Farm-achtige toestanden, waar de varkens de leiding van de boerderij op zich namen en al snel niet meer te onderscheiden waren van de mensen van de omringende boerderijen. Nee, toen Phnom Penh na jaren guerrillastrijd was ingenomen en de kameraden aangekomen bij het koninklijk paleis konden vaststellen dat het gelukt was, kon er volgens zijn tweede man nog net een feestelijk knikje af om de overwinning te vieren. Maar die nacht sliepen de kameraden – inclusief de leider dus – gewoon op de stoep van het paleis. Even oprecht is Landstreicher misschien ook wel in zijn overtuigingen. Maar waar je zonder jezelf tegen te spreken wel – zoals de Rode Khmer – kan stellen “Wij gaan jullie gelijk maken, of je het nu wilt of niet”, ligt dat voor “Wij gaan jullie vrij maken, of je het nu wilt of niet” toch anders. Landstreicher’s passie voor de vrijheid brandt zo hoog dat andere overwegingen erdoor verzengd worden, en uiteindelijk die vrijheid zelf ook, als de slang die zichzelf in de staart bijt. Dat is een korte bewoording van de Landstreicher Paradox: “Wees vrij of sterf!” En wel exact zo vrij als ‘wij’. Mooie vrijheid is dat. De vrijheid om precies zo te zijn als Wolfi Landstreicher.

Zie ook:

Tegen de logica van onderwerping – Wolfi Landstreicher

About this entry